De anatomische bouw van de neus
Om te begrijpen wat er gebeurt met het neusslijmvlies bij een neusverkoudheid, is het belangrijk om de anatomische opbouw van de neus eerst te begrijpen. Bij inademen komt lucht de neusholte binnen, waar de stroomsnelheid van de lucht door turbulente stroming wordt vertraagd (Probst, Grevers, & Iro, 2017). In de neusholte bevinden zich verder ook nog neusschelpen en de neusholte is verbonden met een aantal bijholtes. De neusholte met zijn neusschelpen en bijholtes zijn allemaal bekleed met neusslijmvlies en samen zorgen ze voor een groot slijmvliesoppervlak. De lucht stroomt vanuit de neusholte verder naar de longen (Probst, Grevers, & Iro, 2017). De anatomische bouw van de neus is weergegeven in figuur 3.
De normale functie van het neusslijmvlies
De binnenkant van de neus (de neusholte, de neusschelpen en de bijholtes,) is bedekt met een speciaal type weefsel, dit wordt ook wel epitheel genoemd. Het voorste deel is het reukslijmvlies. Het reukslijmvlies is verbonden met het ademhalingsslijmvlies. De plaats van deze verbinding verschilt per persoon. Het ademhalingsepitheel bestaat uit ciliaire cellen, slijmbekercellen en basale cellen (Probst, Grevers, & Iro, 2017).
De ciliaire cellen, ook wel trilharen genoemd, liggen aan het oppervlak van het ademhalingsepitheel. Elke ciliaire cel heeft 150 tot 200 cilia, die zijn samengesteld uit microtubuli. Door het eiwit dyneïne, is een “slag” van de cilia in het ademhalingsepitheel mogelijk. Deze slag zorgt ervoor dat slijm, van de slijmbekercellen, richting de keel beweegt. Zo wordt ingeademde lucht gefilterd, alle stoffen die uit de lucht worden gehaald bewegen met het slijm naar de keel (Probst, Grevers, & Iro, 2017).
Ook bestaat het neusslijmvlies uit lamina propria, dit is van het epitheel gescheiden door een basaalmembraan. De lamina propria bestaan uit veneuze capacitieve vaten, die zijn belangrijk voor het verwarmen van de ingeademde lucht, het reguleren van de zwelling van het neusslijmvlies en het afscheiden van lichaamsvocht met daarin opgeloste stoffen. Verder bevinden er zich haarvaten en bloedvaten in de lamina propria (Probst, Grevers, & Iro, 2017).
Deze eigenschappen van het neusslijmvlies zorgen ervoor dat het ademhalingsepitheel kan werken als een eerste mechanische barrière tegen infectie. De turbulente stroming en de relatie tussen een relatief kleine neusholte in vergelijking met een relatief groot slijmvliesoppervlak zorgt ervoor dat de ingeademde lucht lang genoeg wordt blootgesteld aan het slijmvlies. De lucht wordt voldoende bevochtigd, gereinigd en de temperatuur van de ingeademde lucht wordt gereguleerd (Probst, Grevers, & Iro, 2017).
Oorzaken en gevolgen van neusverkoudheid
Een andere benaming voor neusverkoudheid is rhinitis, dit is een ontsteking van het neusslijmvlies. Deze ontsteking wordt vaak veroorzaakt door virussen die zich verplaatsen via luchtvochtigheid (uitgeademde lucht die door anderen weer wordt ingeademd). Ook kan rhinitis veroorzaakt worden door een allergische reactie op een bepaalde stof (KNO MEDISCH CENTRUM, 2025). In sommige gevallen wordt neusverkoudheid veroorzaakt door bacteriën; hierbij is het belangrijk om te benoemen dat deze vorm van neusverkoudheid vaak wordt behandeld met antibiotica en niet met een neusspray met xylometazoline (Farmacotherapeutischkompas, sd).
“Normale” neusverkoudheid begint met een droog en onprettig gevoel in de neus en keel, gevolgd door een periode met veel slijm en verstopte neus en bijholten. Kenmerkende klachten zijn snot in neus- en keelholte, keelpijn, niezen, verminderde reuk, hoesten hoofdpijn en een drukgevoel op de kaken. Wanneer klachten langdurig aanhouden of afwijken, is er mogelijk sprake van een andere aandoening (Nederlandse Vereniging voor Keel-Neus-Oorheelkunde en Heelkunde voor het hoofd-halsgebied, 2025).
Pathofysiologie van rhinitis
Zoals genoemd is rhinitis een ontsteking van het neusslijmvlies, die wordt veroorzaakt door virussen, allergenen of bacteriën. De ontsteking is een afweerreactie van het lichaam om deze “indringers” te bestrijden.
Het lichaam detecteert een lichaamsvreemd deeltje, met behulp van de lymfocyten, die herkennen dit als een pathogeen (een deeltje wat afgestoten moet worden). Vervolgens zullen de lymfocyten fagocyten activeren. De fagocyten scheiden cytokinen uit, die andere immuun cellen naar de plaats van ontsteking aantrekken. De immuuncellen beginnen de immuunrespons (Abbas, 2022). Bij rhinitis betekent dit dat er mestcellen, basofielen (bij allergische reacties) en eosinofielen naar de plek van het pathogeen komen. Bij het activeren van deze cellen komen ontstekingsmediatoren vrij (Abbas, 2022). De mestcellen hebben histamine als specifiek ontstekingsmediator. Histamine zorgt ervoor dat de gladde spierweefsels rondom de bloedvaten in de neus ontspannen, waardoor de bloedvaten in diameter verwijden (Abbas, 2022).
Dit is een natuurlijk proces van het lichaam, zodat in geval van ontsteking extra bloeddoorstroom wordt gestimuleerd, waardoor meer (en sneller) immuuncellen naar de plek van het pathogeen kunnen komen. Tegelijkertijd zorgt deze verwijding van de bloedvaten voor een verdikking van het neusslijmvlies, hoewel dat dus een onderdeel is van het beschermingsmechanisme van het lichaam, is het ook juist de oorzaak van de klachten van neusverkoudheid (Abbas, 2022).
Maak jouw eigen website met JouwWeb